|
Op Mesen na is Oudenburg de minst groene gemeente van de regio Oostende-Westhoek. Dat blijkt uit een onderzoek van de VREG, Eandis en Infrax. Parameters bij het onderzoek waren: - de energie die gemeenten hebben bespaard (berekend aan de hand van premies van de netbeheerders die gemeenten uitreiken aan hun inwoners als ze bijvoorbeeld hun dak of ramen isoleren) en - de hernieuwbare en groene stroom die de gemeenten produceren; er werd rekening gehouden met energie die gewonnen wordt uit wind, water, zonnepanelen (niet die bij particulieren, wegens geen gecoördineerde recente cijfers), enz.: dit werd samengeteld en berekend per inwoner, uitgedrukt in kWh. De resultaten van het onderzoek werden een paar weken geleden gepubliceerd. Toevallig lanceerden we tijdens de gemeenteraad van eind oktober 2009 tien voorstellen voor een duurzaam gemeentelijk milieubeleid, die toen één voor één werden weggestemd door de bestuursmeerderheid. “Naar aanleiding van dit onderzoek zullen we er tijdens de gemeenteraad van maart alvast opnieuw voor pleiten het verouderde gemeentelijk wagenpark dringend te vernieuwen”, zegt gemeenteraadslid Lies Goemaere. “Tal van West-Vlaamse gemeenten namen al initiatieven om milieuvriendelijke en emissie-arme wagens in te schakelen: Lichtervelde kocht LPG-wagens aan, Oostende en Torhout kochten elektrische voertuigen aan, enz. Oudenburg hinkt op dat vlak serieus achterop.” “Bijkomend zullen we vragen te onderzoeken op welke openbare gebouwen zonnepanelen kunnen worden geïnstalleerd. Vorig jaar stemde het OCMW-bestuur ermee in ons voorstel om zonnepanelen te installeren op het nieuwe rusthuis, naar Poperings voorbeeld, te onderzoeken. In Poperinge werd het dak van het rusthuis ter beschikking gesteld aan een coöperatieve, die de 450 panelen plaatste en de groene stroom verkoopt aan een energiemaatschappij. OCMW Poperinge krijgt daarvoor jaarlijks 4.250 euro. Deze werkwijze is ook gangbaar in de privé-sector; bedrijven bekomen op die manier vaak hun elektriciteit aan de helft van de marktprijs. Wij vragen het stadsbestuur deze constructieve houding van het OCMW-bestuur te volgen”, besluit Goemaere.
|